St. Florian

Sint Florian wordt vereerd als patroonheilige van de brandweer. Dat is zeker het geval in Duitsland en Centraal Europa. In ons land worden ook wel andere heiligen als patroon van de brandweer gezien, maar in het oosten van Nederland is het ook de heilige Florian.

Wat denkt u van dit - toch van weinig christelijke naastenliefde getuigend (vertaalde) versje, dat men soms aantreft op de gevel boerderijen bij onze oosterburen.

florian   Allerbeste Sint Floriaan,

   Spaar ons huis

   En steek een ander aan.

Sint Florianus was volgens het verhaal een hoge militaire beambte van stadhouder Aquilinus in de Romeinse provincie Ufernoricum - ongeveer het huidige Oostenrijk - in de tijd van keizer Diokletianus, die regeerde tussen 284 en 305 na Christus.

Aan deze keizer wordt de laatste en de grootste christenvervolging ten noorden van de Alpen toegeschreven, die rond het jaar 303 werd ingezet. Aanvankelijk hield dit in, dat men geacht werd alleen nog maar te offeren aan de Romeinse keizer en aan de door de overheid erkende goden. Wie dit weigerde kon geen ambt uitvoeren en dus werd Florianus - die zich tot het katholieke geloof bekeerd had en weigerde de Romeinse goden te vereren - vroegtijdig ontslagen. Hij trok zich in Cetium (het huidige Sankt Pölten) terug.

Na ongeveer een jaar werd er een tweede decreet uitgevaardigd, waarin stond dat de gehele bevolking in het openbaar het Romeinse geloof diende te belijden en wie dit weigerde zou worden gevangen genomen en gemarteld.

Volgens de legende (de oudst bekende handschriften met betrekking tot deze heilige stammen van ongeveer 450 jaar na de dood van Florianus) werden al spoedig veertig jonge mannen gearresteerd om ten voorbeeld gesteld te worden. Florianus kwam dit ter ore en omdat hij een hoge functie bekleed had, hoopte hij op grond van zijn status dit gevaar van zijn broeders te kunnen afwenden. Hij begaf zich op weg naar Lauriacum, het tegenwoordige Lorch. Toen hij in de buurt van deze stad kwam, ontmoette hij op de brug een groep militairen, die was uitgezonden om Christenen op te sporen. Hij bekende zich als Christen en werd onmiddellijk gevangen genomen en voor de stadhouder gevoerd. Deze probeerde tevergeefs hem over te halen het christelijke geloof af te zweren; zijn woorden: "Over mijn lichaam heeft u de macht, maar mijn ziel kan alleen God beroeren. Ik heb als soldaat altijd gehoorzaamd, maar ik weiger hersenspinsels te aanbidden." lieten de stadhouder in blinde woede ontsteken en Florianus werd herhaalde malen gefolterd.

Niets hielp echter en Florianus werd alleen maar gesterkt in zijn geloof. Op 4 mei 304 werd Florianus een zware molensteen om de hals gehangen en werd hij vanaf de brug over de Enns in het water geworpen.

Voor hij het water aanraakte braken zijn ogen. Op het moment dat het lichaam in het water viel, werd de rivier wild en wierp een grote golf het lichaam op een uitstekende rots. Een adelaar kwam aangevlogen en beschermde het lichaam met zijn grote vleugels.

Een vrome vrouw kreeg daarop een visioen waarin Florianus haar verscheen en haar aanwijzingen gaf, waar zijn lichaam zich bevond en waar hij begraven wilde worden. Onmiddellijk spande de vrouw de ossen in en begaf zich op weg. Na verloop van tijd waren de dieren door de warmte zo uitgeput, dat ze niet verder wilden gaan. De vrouw bad tot God om hulp en direct ontsprong er op die plaats een bron, waarin de dieren zich konden laven.

De vrouw vond de plaats waar het dode lichaam van Florianus lag en ze bracht hem naar de plaats, waar hij begraven wilde worden en bestelde hem in grote haast ter aarde, bang voor eventuele represailles van de overheid.

Inmiddels is het - wetenschappelijk gezien - zeer aannemelijk, dat Florianus inderdaad moet hebben bestaan. Ook het feit, dat er in Lorch veertig mensen vrijwel gelijktijdig met hem zijn gestorven ten gevolge van de christenvervolging is bewezen, onder andere door het vinden van een massagraf met de beenderen van veertig mensen in de Sint-Laurensbasiliek in Lorch, toen die rond 1900 werd gerestaureerd.

Dat er, vooral door mondelinge overlevering, zaken aan de verhalen zijn toegevoegd om het geheel wat smeuïger te maken, lijkt onvermijdelijk.

Over de verblijfplaats van de stoffelijke resten van Sint Florianus bestaat onduidelijkheid. Het Poolse Krakau pretendeert een groot aantal relikwieën van deze heilige te bezitten, maar hetzelfde geldt voor het klooster Stift Sankt Florian in Linz, waarheen volgens de overlevering het lichaam van Florianus zou zijn gebracht om het te begraven.

Andere bronnen weer spreken van Rome, waar de beenderen na de grote volksverhuizing zouden zijn bijgezet tussen die van de Heilige Stephanus en de Heilige Laurentius, waarna ze later naar Polen zouden zijn overgebracht.

In de iconografie wordt Sint Florianus voorgesteld als een Romeins soldaat, die in de ene hand een vaan vasthoudt (vaak voorzien van een kruis) en in de andere hand een klein watervat, waarmee hij water uitgiet over een brandend kasteel, huis of een (gedeelte van) een stad. Niet zelden blijken de kastelen of steden plaatsen in de omgeving te zijn, waar de afbeelding gemaakt is.

Vooral in Zuid-Duitsland en Oostenrijk, maar ook in Bohemen, Polen, Hongarije, Roemenië, Slovenië, Zuid-Tirol en enkele streken in Italië wordt Sint Florian vereerd en treft men zijn beeltenis vaak aan op en in openbare gebouwen, boerderijen, kerken en uiteraard brandweerkazernes.

Op 4 mei (zijn sterfdag) worden elk jaar in veel van die gebieden feestelijke bijeenkomsten, plechtige heilige missen en processies gehouden, meestal op initiatief van de plaatselijke brandweer, waaraan de gehele bevolking deelneemt.

In Duitsland wordt de mobilofoonroepnaam van brandweervoertuigen frequent voorafgegaan door de naam Florian; de Duitse PTT heeft hiervoor vanaf 1952 uitdrukkelijk toestemming moeten geven.

Ook in bijna elk herdenkingsboek treft men wel een afbeelding van Sankt- Florian aan en praktisch elke brandweerman in Duitsland heeft wel een beeld van deze heilige op een opvallende plaats in huis staan.

De filatelisten onder u kunnen alleen al een themaverzameling "Sankt Florian" aanleggen met een aantal postzegels uit vooral Oostenrijk en Polen en met veel speciale herdenkingsstempels, uitgegeven bij speciale gelegenheden, betrekking hebbend op de brandweer, zoals jubilea en dergelijke.

Men zou kunnen zeggen: Sint Florian leeft!

Bronvermelding: www.nbdc.nl